zaterdag 17 april 2021




LUCAS 25, 35-49

[35] Toen vertelden zij wat er onderweg was gebeurd en hoe ze Hem hadden herkend bij het breken van het brood. [36] Terwijl zij dit aan het vertellen waren, stond Hij opeens in hun midden. ‘Vrede!’ zei Hij tegen hen.  [37] In hun opwinding en hun schrik dachten ze dat ze een geest zagen.  [38] ‘Waarom zijn jullie zo in de war?’ vroeg Hij. ‘Waarom die twijfel in je hart?  [39] Bekijk mijn handen en mijn voeten maar, Ik ben het zelf. Betast Me en je zult het zien. Een geest heeft immers vlees noch been, zoals jullie zien dat Ik heb.’  [40] Nadat Hij dat gezegd had, liet Hij hun zijn handen en voeten zien.  [41] Omdat ze het van blijdschap nog niet konden geloven, en verbaasd waren, vroeg Hij hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’  [42] Ze gaven Hem een stukje gebakken vis.  [43] Hij nam het aan en at het op waar ze bij waren.  [44] Hij zei: ‘Dit is wat Ik jullie heb gezegd toen Ik nog bij jullie was: alles wat er in de Wet van Mozes en bij de Profeten en in de Psalmen over Mij geschreven staat, moet in vervulling gaan.’  [45] Toen opende Hij hun verstand om de Schriften te begrijpen.  [46] Hij zei: ‘Er staat geschreven dat de Messias zou lijden en op de derde dag uit de doden zou opstaan,  [47] en dat in zijn naam de bekering zou worden verkondigd aan alle volken, tot vergeving van zonden.  [48] Jullie zullen hiervan getuigen, te beginnen in Jeruzalem.  [49] Ik zend jullie wat mijn Vader heeft beloofd. Jullie moeten in de stad blijven totdat je wordt toegerust met kracht van boven.’

 

Suggesties voor schriftlezingen

1.       Sir 48, 1-11: Opgewekt uit de dood, 

                               krachtens het woord van de Allerhoogste

2.       Rom 6, 1-11: Bevrijd van de dood.      

3.       Lc 24, 35-49: Verrijzenis, een levende godmenselijke werkelijkheid.

 

INLEIDENDE NOTITIES

Wat ik in de tekst gelezen heb.

Wat mij in dit evangelie opvalt is de onmiddelijke Godservaring die de leerlingen op de avond van de eerste dag ten deel viel, toen de Emmausgangers aan hen vertelden dat ze de Heer hadden herkend bij het breken van het brood tijdens de avondmaaltijd. Hij werd voor hun ogen opnieuw tot leven gewekt. Met de uitnodiging van de Verrezene aan de leerlingen om Hem aan te raken en het opeten van een stukje gebakken vis dat zij Hem gegeven hadden, lijkt de evangelist te willen benadrukken dat het hier niet gaat om een geestverschijning, maar om een levende werkelijkheid, een gebeuren dat God aan hen voltrekt. Daarvoor moet wel hun verstand worden geopend om de Schriften te begrijpen. Hiermee grijpt het evangelie vooruit op het ontvangen van de kracht van de Heilige Geest met Pinksteren.

Wat de tekst bij mij oproept.

Wat dit evangelie bij mij oproept, is wat er met de leerlingen gebeurde, wat er aan hen voltrokken werd toen Jezus voor hun ogen tot leven werd gewekt. Is het niet zo dat ook zij opnieuw ten leven werden gewekt, nadat zij met Jezus waren gekruisigd en gestorven? Het doet me ook denken wat ik zelf heb ervaren met Eerste Pinksterdag 1996, nadat mijn moeder de dag ervoor was overleden en ik op die avond van binnenuit kracht van haar ontvangen had. Met Pinksteren ontving ik de kracht van de Geest tijdens het bidden van de Glorievolle Geheimen van de Rozenkrans. Het was een zeer vreugdevolle ervaring, omdat ook ik opnieuw tot leven werd gewekt na het sterven aan mezelf in het jaar daarvoor.


OVERWEGING LUCAS 24, 35-49; “VERRIJZENIS, EEN LEVENDE GODMENSELIJKE WERKELIJKHEID”

In dit evangelie lezen we, hoe Jezus aan de elf leerlingen en hun metgezellen verscheen op de avond van de eerste dag, nadat hij eerder op die dag met de Emmausgangers een eind meegelopen was, hen uitlegde wat in heel de Schrift op Hemzelf betrekking had, te beginnen bij Mozes en alle Profeten, en zij hem herkenden bij het breken van het brood tijdens de avondmaaltijd. Zij hadden ervaren hoe hun hart werd verwarmd door hoe Hij onderweg met hun sprak en de Schriften voor hen opende. Terwijl zij dit aan de elf vertelden, stond Hij opeens in hun midden, sprak een vredeswens over hen uit, nodigde hen uit Hem aan te raken, en at Hij een stukje gebakken vis wat zij aan Hem gegeven hadden. Wat opvalt is de onmiddellijkheid van de Godservaring die de leerlingen ten deel viel, en dat Hij hun verstand opende om de Schriften te begrijpen toen Hij zei wat Hij had gezegd toen Hij nog bij hen was, dat alles wat er in de Wet van Mozes en bij de Profeten en in de Psalmen over Hem geschreven stond, in vervulling moest gaan. Dit doet mij denken aan de wonderbare vermenigvuldiging van de vijf broden en de twee vissen. Zou het kunnen zijn dat de broden de Wet, en de vissen de Profeten en de Psalmen aanduiden? De evangelist lijkt te benadrukken dat het niet gaat om een geestverschijning, maar om de ervaring van een levende werkelijkheid, een gebeuren dat God aan hen voltrekt, waarvan zij moeten getuigen, te beginnen in Jeruzalem. Zij ontvangen de zending die de Vader had beloofd, en krijgen de opdracht om in de stad te blijven totdat zij worden toegerust met kracht van boven. Wat dit evangelie bij mij oproept, is wat er met de leerlingen gebeurde, wat er aan hen voltrokken werd toen Jezus voor hun ogen tot leven werd gewekt. Is het niet zo dat ook zij opnieuw ten leven werden gewekt, nadat zij met Jezus waren gekruisigd en gestorven? Het doet me ook denken wat ik zelf heb ervaren op de eerste Pinksterdag 1996, nadat mijn moeder de dag ervoor was overleden en ik op die avond van binnenuit kracht van haar ontvangen had. Met Pinksteren ontving ik de kracht van de Geest tijdens het bidden van het derde glorievolle geheim van de Rozenkrans, de nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen. Het was een heerlijke, uitzinnige paradijservaring, waarbij ik van vreugde opsprong omdat God ook mij opnieuw tot leven had opgewekt na het sterven aan mezelf in het jaar daarvoor. Mét Toon Hermans zing ik het tot op de dag van vandaag uit van vreugde: “De zon gaat op, de zon gaat onder, de zon gaat op, en lacht aan je ruit. De zon gaat op, de zon gaat onder, de zon gaat onder, maar zij gaat niet uit."

GEBED

Eeuwige, Goede God, Onze Vader in de hemel, doe ook ons met jouw Zoon Jezus Christus opwekken uit de dood, die ons midden in ons leven overvalt. Dan zullen wij het uitzingen van vreugde om de genade waarmee Jij ons vervult. Amen.