dinsdag 6 januari 2015

GOUD, WIEROOK EN MIRRE
 
GESCHENKEN VOOR ONDERWEG
 
 




Goud, wierook en mirre zijn, volgens het Evangelie van Matteüs de geschenken die de Jezus door de Wijzen uit het Oosten kreeg aangeboden. Goud zou Jezus' aardse koningschap symboliseren; wierook symboliseert de goddelijkheid van Jezus en mirre staat voor zijn hoedanigheid van Gezalfde/Messias. 

Kerstmis en Driekoningen verwijzen niet alleen naar externe gebeurtenissen: er is ook een innerlijk gebeuren, de Godsgeboorte in onze ziel, die maakt dat wij ten volle kunnen leven als Mensen van de Weg, de Weg naar God. 
Goud, wierook en mirre verwijzen dan naar de deugden die wij van Godswege meekrijgen op onze levensweg: 
Geloof, Hoop en Liefde. 

De weg die Jezus aflegde, was een weg van Kribbe naar Kruis, en dat geldt ook voor ons als gelovigen. Navolging van Christus is heel ons leven liefhebben en eerbiedigen, van kribbe tot kruis. Dat geloof, hoop en liefde hierbij onze trouwe metgezellen mogen zijn.



maandag 5 januari 2015

SACRAMENTELE COMMUNICATIE IN DE GEEST VAN PINKSTEREN
 

 
De hoogfeesten na Pinksteren kunnen worden gezien als doorwerking in ons eigen leven van de Geest van Jezus Christus. Eén van die feesten in juni is Sacramentszondag, waarbij gevierd wordt dat Jezus zich in de gedaante van brood en wijn aan de gelovigen wil geven als voedsel en onder de mensen wil blijven door middel van zijn tegenwoordigheid in de geconsacreerde offergaven. Anders dan bij Witte Donderdag, dat verwijst naar het Laatste Avondmaal in de beslotenheid van de bovenzaal waar Jezus met de leerlingen verbleef, is Sacramentszondag een feest dat in de openbaarheid  gevierd wordt. Men denke aan de vele sacramentsprocessies, waarbij de priester de hostie in een monstrans door de straten van de parochie ronddraagt.

Hoe mooi die processies ook zijn, als cultuurverschijnsel en uiting van lokale geloofsgemeenschap, toch is het zinvol om stil te staan bij de bedoeling van de eucharistie. In de Geest van Pinksteren bevordert de eucharistie ‘sacramentele communicatie’ tussen God en mens, een doorlopende inwijding van de mens in het Geheim van God. De eucharistie is opgebouwd als “Lectio Divina”, met lezing en meditatie in de dienst van het woord, en gebed en contemplatie in de dienst van de tafel. Bij de wegzending worden de gelovigen aangespoord om de weg van Jezus Christus te gaan.


Het verschil tussen lezing en meditatie enerzijds en gebed en comtemplatie anderzijds is, dat lezing en meditatie uitgaan van onszelf, en gebed en contemplatie uitgaan van de Heilige Geest. Met andere woorden, als wij in verlangen bidden vanuit heel ons hart, heel ons wezen, is het eigenlijk de Geest van God die in ons bidt, met onuitsprekelijke verzuchtingen, en is het de Geest die schouwt, en dát voelen wij. Wij zien dat wij Gezien worden. Meer dan dat, als God ons ziet, kijkt Hij ons te voorschijn....

 
In wezen komt sacramentele communicatie hierop neer, dat wij brood en wijn voor elkaar zijn, dat God in ons werkt door wederkerige belangeloze zelfgave. Wij gelovigen zijn in ons leven voortdurend bezig met het lezen en duiden van de Goddelijke Aanspraak. Door het vleesgeworden Woord in ons op te nemen, wórden we in het Woord opgenomen. In ons gebed komen we in contact met ons verlangen, ontvangen we God naar de mate waarin we leeg worden van onszelf, en stellen we Hem present in ons handelen in de wereld.