maandag 13 november 2017


GELIJKENIS VAN DE VIJF WIJZE EN DWAZE MEISJES

Matteüs 25:1-13

1 Dan zal het met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en eropuit trokken, de bruidegom tegemoet. 2 Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs. 3 De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. 4 De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich. 5 Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. 6 Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.” 7 Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde. 8 De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan al uit.” 9 De wijze meisjes antwoordden: “Nee, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie.” 10 Terwijl zij op olie uit waren, arriveerde de bruidegom, en zij die klaarstonden gingen met hem naar binnen voor het bruiloftsfeest, waarna de deur gesloten werd. 11 Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: “Heer, heer, laat ons binnen!” 12 Maar hij antwoordde: “Ik ken jullie werkelijk niet.” 13 Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip hij komt.

Jezus gebruikt deze gelijkenis om zijn toehoorders voor te bereiden op het leven na Zijn dood, verrijzenis, hemelvaart, en de nederdaling van de Heilige Geest met Pinksteren.

De meisjes worden in andere Bijbelvertalingen ook wel eens aangeduid met ‘jonge vrouwen’ of ‘maagden’, hetgeen volgens mij duidt op de ontvankelijkheid voor het Woord van God, belichaamd in de persoon van Jezus Christus, net zoals bij de maagd Maria. Deze is ons allen voorgegaan in het ontvangen van en vervuld worden met de Heilige Geest.  Maria belichaamt de Wijsheid van God, het ontvangende aspect van het Godmenselijke betrekkingsgebeuren, dat het Woord van God hoort en het in haar hart bewaart. Maria gaat ons voor in de Ontvangenis, en Jezus in de Zelfgave van God.

Ingres: Madonna van de Eucharistie

Je zou de olie in de gelijkenis van de vijf wijze en dwaze meisjes kunnen zien als de brandstof die nodig is voor het ontsteken van het licht van Gods Geest . De wijsheid staat dan voor het leven in Gods tegenwoordigheid, het leven voor Zijn Gelaat. Je neemt de liefde van God in je op, en je beantwoordt die liefde door je geheel en al aan God en je medemens te geven; daardoor word je op jouw beurt opgenomen in de liefde van God.  
De dwaze maagden in de gelijkenis zijn kennelijk niet goed omgegaan met het Leven wat ze van Godswege ontvangen hebben.  Volgens de mysticus Ruusbroeck moet je de liefde van God voelen en smaken, in je opnemen, zodat deze in jou werkzaam kan zijn en je kan omvormen naar Gods beeld en gelijkenis. Je kunt God ook proberen te begrijpen met je verstand; het is niet verkeerd om te reflecteren op het leven dat je  ontvangt, maar het is een andere zaak als je dit kritisch beoordeelt met het oog op wat jezelf belangrijk vindt in het leven. Dan probeer je God zover te krijgen dat deze aan jouw verwachtingen beantwoordt, jouw eigen belangen dient.  Het is ook goed om te beseffen dat je jezelf hiermee buiten de gemeenschap met God plaatst. De liefde van God verlangt ernaar beantwoord worden en wel met je eigen leven. Niemand anders kan de liefde van God in plaats van jou beantwoorden. Daarom helpt het ook niet als je, zoals de dwaze meisjes doen, de olie voor de lampen elders koopt.  Wat je dan eigenlijk doet is het aanspreken van menselijke vermogens die je beschouwt als handelswaar. Je ontvangt het leven uit Gods hand; het is een illusie om te denken dat je zelf de bron en schepper bent van het leven dat je leidt. Het beantwoorden van Gods liefde zul je dus zelf moeten  doen, en wel met dezelfde liefde die God voor jou heeft. Je kunt de liefde van God ook niet opeisen voor jezelf, met uitsluiting van anderen die je zelf minder waardig acht omdat ze volgens jou Gods geboden niet onderhouden (zoals de Farizeeën deden). Nee, je beantwoordt die liefde juist door het schenken van onvoorwaardelijke liefde aan anderen, in navolging van Christus.  Overigens moet je daarin niet te streng zijn; mijn ondervinding is dat God minder streng is voor ons, dan wij voor onszelf en anderen. De menselijke liefde is nu eenmaal onvolmaakt en schiet altijd te kort in vergelijking met Gods liefde voor ons. In dit opzicht hebben we, vanuit onszelf, dus altijd te weinig van de olie waar in de vergelijking sprake van is, verkeren we in een permanente ‘oliecrisis’. God verlangt weliswaar naar beantwoording van Zijn liefde, maar wil deze niet afdwingen. Het doen van Gods wil betekent ook niet dat je daarin je eigenheid verliest. In wezen wil God ons gelukkig maken en vraagt Hij van ons om datzelfde naar anderen te doen. Door beeld van God te zijn, word je juist ten diepste bevestigd in wie je bent in Gods ogen, benut je alle mogelijkheden en talenten die je ter beschikking zijn gesteld om dienstbaar te zijn aan God en medemens. De in- en doorwerking van de Geest maakt dat je ook naar de wereld toe kunt zijn zoals je oorspronkelijk bedoeld bent, als kind van God, geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis.



Dat brengt mij op het beeld van de gesloten deur van het koninkrijk van de hemel, waar de dwaze meisjes die elders olie hebben gekocht, voor komen te staan. De bruidsmeisjes en de bruidegom zien elkaar niet, maar kunnen elkaar wel horen. Zij smeken hem, binnengelaten te worden, maar hij zegt dat hij hun werkelijk niet kent. Ik vraag me af of het niet zien van de bruidegom samenhangt met het niet verinnerlijken van de liefde van God waardoor je niet van binnenuit weet wie God voor jou is. Omgekeerd, als God zich niet in jou kan herkennen, als je geen beeld van God bent, kent hij jou ook niet. Dat wil overigens niet zeggen dat God een narcist is, die verliefd is op zijn schepping voor zover Hij daar zich daarin terug kan vinden. God de Vader is werkelijk liefdevol betrokken op ons, verplaatst zich in ons in de Persoon  van God de Zoon. De Mensenzoon wordt niet alleen in Maria, maar in ons allen geboren, en vertrouwt zich onvoorwaardelijk aan ons toe. Hij laat zich zelfs uitleveren aan degenen die Hem ter dood willen brengen, is doorschijnend tot op God, zelfs tot op de dood aan het kruis. Het is een daad van opoffering uit liefde, niet om de straf te ondergaan die de Vader eigenlijk bedoeld heeft voor de zondige mens, maar om ons te laten delen in Zijn sterven en verrijzen.

Tenslotte nog een gedachte over de eindtijd, waar Jezus naar verwijst als hij zeg “Weest dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip de bruidegom komt”. De wijze meisjes lijken hiermee rekening te houden, de dwaze meisjes niet. Betekent dit nu, dat als je wijs bent, altijd waakzaam moet zijn? Blijkbaar niet, want ook de wijze meisjes vallen in slaap, en alle meisjes worden op tijd wakker gemaakt. De waakzaamheid betreft alleen de olie die de wijze meisjes in voorraad hebben. Als je wijs bent, leeft in tegenwoordigheid van Gods Geest, wacht je niet op een bijzondere gebeurtenis  in de nabije of verre toekomst, maar sta je open voor God in het diepst van je wezen en daardoor ook voor je medemens. Normaal gesproken ervaar je dit niet zo sterk, behalve dan in tijden van crisis, op de breuklijnen van je levensloop, als al datgene waaraan je hecht en waarmee je je vereenzelvigt, afgebroken wordt en verloren gaat. Als je niet meer kunt terugvallen op anderen, én niet meer op jezelf, als je in bestaansnood verkeert, gehuld in de diepe duisternis van de nacht, zal je verlangen naar God gewekt en vervuld worden. God, die altijd liefdevol op ons betrokken is, zal zich naar ons, in gebogenheid gestild, toebuigen en ons van binnenuit oprichten, tot nieuw leven wekken. Je ontdekt dat God niet zozeer de Machtige is die van buitenaf redding brengt, maar degene die de kern van ons bestaan vormt, ons ‘tevoorschijn kijkt’, ons doet zijn wie we ten diepste zijn, kind van God, geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis.

Hoe waar is het gezegde:  de enige manier om de angst en de nood van je bestaan te overwinnen, is er doorheen te gaan, samen met Jezus Christus.